
Werkgevers die medewerkers korting geven op producten of diensten uit het eigen bedrijf krijgen vanaf 1 januari 2027 te maken met andere fiscale regels. De aparte belastingvrijstelling voor personeelskorting verdwijnt. Werkgevers kunnen de korting vervolgens nog wel belastingvrij aanbieden via de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Dat heeft het kabinet bekendgemaakt.
Op dit moment kunnen werkgevers hun medewerkers onder voorwaarden belastingvrij korting geven op producten of diensten uit het eigen bedrijf. De korting mag maximaal 20% bedragen en het belastingvrije voordeel is gemaximeerd op €500 per medewerker per jaar.
Vanaf 1 januari 2027 komt deze afzonderlijke vrijstelling te vervallen. De wijziging moet de werkkostenregeling eenvoudiger maken en is daarnaast een van de maatregelen waarmee het kabinet het energiepakket financiert.
Personeelskorting verdwijnt niet
Het vervallen van de vrijstelling betekent niet dat werkgevers hun medewerkers vanaf 2027 geen belastingvrije personeelskorting meer kunnen geven.
Werkgevers kunnen ervoor kiezen om de personeelskorting onder te brengen in de vrije ruimte van de WKR. Daarmee verandert vooral de fiscale behandeling van deze arbeidsvoorwaarde.
Waar personeelskorting nu een eigen vrijstelling kent, gaat deze vanaf 2027 bij aanwijzing ten koste van dezelfde vrije ruimte die werkgevers ook gebruiken voor verschillende andere vergoedingen en verstrekkingen.
Meer beslag op de vrije ruimte
Voor werkgevers die veel gebruikmaken van personeelskorting kan dat een relevant verschil maken.
Stel bijvoorbeeld dat een werkgever 500 medewerkers jaarlijks gemiddeld €300 belastingvrij voordeel geeft via personeelskorting. Dan vertegenwoordigt deze arbeidsvoorwaarde €150.000. Onder de huidige voorwaarden kan daarvoor gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke vrijstelling. Vanaf 2027 kan dit bedrag beslag leggen op de beschikbare vrije ruimte.
Wanneer een werkgever daardoor de vrije ruimte overschrijdt, is over het bedrag boven de vrije ruimte 80% eindheffing verschuldigd.
De wijziging kan er daardoor voor zorgen dat een bestaande personeelskortingsregeling vanaf 2027 fiscaal duurder wordt voor werkgevers.
Bestaande arbeidsvoorwaarde verdient aandacht
Werkgevers kunnen daarom niet alleen naar de beschikbare vrije ruimte kijken. Ook de manier waarop de personeelskorting arbeidsvoorwaardelijk is vastgelegd, is relevant.
Wanneer medewerkers op basis van hun arbeidsovereenkomst, cao of andere afspraken recht hebben op personeelskorting, kan een werkgever de regeling niet zonder meer aanpassen omdat de fiscale behandeling verandert.
Ook het kabinet wijst erop dat werkgevers bij onvoldoende vrije ruimte mogelijk voor de keuze komen te staan om eindheffing te betalen of bestaande arbeidsvoorwaardelijke afspraken aan te passen.
Tijdig kijken naar personeelskorting
Voor werkgevers die personeelskorting aanbieden, is 2026 daarmee een logisch moment om de bestaande regeling opnieuw te bekijken.
Hoeveel korting wordt daadwerkelijk verstrekt? Hoeveel medewerkers maken er gebruik van? Wat zou de regeling vanaf 2027 betekenen voor de beschikbare vrije ruimte? En welke afspraken zijn hierover met medewerkers gemaakt?
Door hier tijdig naar te kijken, kunnen werkgevers bepalen welke financiële en arbeidsvoorwaardelijke gevolgen de wijziging vanaf 2027 voor hun organisatie heeft.
Platform dat HR-professionals verbindt en actuele informatie brengt op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
