
De meeste grote commerciële werkgevers in Nederland verwachten dat hun medewerkers minimaal twee tot drie dagen per week op kantoor werken. Toch is die aanwezigheid lang niet altijd verplicht. Waar sommige bedrijven duidelijke afspraken hebben vastgelegd, kiezen andere bewust voor richtlijnen of verwachtingen. Dat blijkt uit een rondgang van BNR Nieuwsradio onder grote Nederlandse werkgevers.
Bij Unilever en AkzoNobel worden medewerkers met een vijfdaagse werkweek minimaal drie dagen per week op kantoor of bij klanten verwacht. Bol en Nationale-Nederlanden sturen op een gemiddelde aanwezigheid van 50%, terwijl KPN, ING en FrieslandCampina uitgaan van minimaal twee kantoordagen per week.
Hoewel de gewenste aanwezigheid bij veel organisaties vergelijkbaar is, verschilt de manier waarop werkgevers hiermee omgaan. Sommige bedrijven hebben het aantal kantoordagen formeel vastgelegd, terwijl andere organisaties medewerkers vooral stimuleren om vaker fysiek aanwezig te zijn.
Niet iedere kantoordag is verplicht
Uit de rondgang blijkt dat grote werkgevers terughoudend zijn met het formeel verplicht stellen van kantoorbezoek. Zo spreken KPMG, EY en APG van een richtlijn. ING hanteert een duidelijke verwachting, zonder dat daarmee automatisch sprake is van een harde verplichting.
Andere werkgevers hebben wel concrete afspraken vastgelegd. Bij AkzoNobel mogen medewerkers maximaal 40% van hun werktijd thuiswerken. ASN Bank heeft één verplichte kantoordag per week opgenomen in de cao.
De discussie over verplichte kantooruren speelt momenteel ook bij verschillende andere grote werkgevers. ABN AMRO wil dat medewerkers de helft van hun werkweek op kantoor doorbrengen. Dit voornemen vormde mede aanleiding voor een recente staking bij de bank. Ook Booking.com en VodafoneZiggo willen de aanwezigheid op kantoor nadrukkelijker regelen.
Booking.com kreeg onlangs van de rechtbank Amsterdam toestemming om medewerkers te verplichten minimaal 40% van hun werktijd op kantoor door te brengen. VodafoneZiggo wil de huidige richtlijn van twee kantoordagen verhogen naar drie dagen en heeft daarbij een vrijwillige vertrekregeling voorgesteld voor medewerkers die niet aan het nieuwe beleid willen of kunnen voldoen.
Werkgevers kunnen redelijke instructies geven
Volgens hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp hebben werkgevers in beginsel de mogelijkheid om redelijke instructies te geven over waar, wanneer en hoe medewerkers hun werkzaamheden uitvoeren. Wanneer een werknemer structureel weigert naar kantoor te komen terwijl de werkgever dat redelijkerwijs verlangt, kan onder omstandigheden sprake zijn van werkweigering.
Verhulp vindt het daarom opvallend dat VodafoneZiggo een vrijwillige vertrekregeling wil aanbieden aan medewerkers die niet aan het voorgestelde kantoorbeleid willen voldoen. Volgens hem kunnen werkgevers werknemers in veel gevallen ook verplichten om op kantoor te verschijnen.
Tegelijkertijd blijkt een formele verplichting niet altijd noodzakelijk. Werkgevers die duidelijk communiceren hoeveel aanwezigheid zij verwachten, bereiken volgens Verhulp vaak al grotendeels hetzelfde resultaat. Medewerkers blijken doorgaans bereid om gehoor te geven aan dergelijke verwachtingen.
Of een werkgever kantoorbezoek daadwerkelijk kan afdwingen, blijft afhankelijk van de omstandigheden, waaronder bestaande arbeidsafspraken en individuele belangen van werknemers.
Kantoor steeds meer gericht op samenwerking
De opkomst van hybride werken heeft ook invloed gehad op de inrichting en functie van kantoren. Waar het kantoor voorheen vooral een vaste werkplek was, richten organisaties hun werkomgeving tegenwoordig vaker in als ontmoetingsplek.
Bedrijven als KPMG, APG, PwC en Arcadis hebben hun kantoren aangepast met flexibele werkplekken die samenwerking en onderling contact moeten stimuleren. FrieslandCampina heeft inmiddels zelfs een deel van het hoofdkantoor afgestoten.
Tegelijkertijd blijven werkgevers investeren in goede thuiswerkvoorzieningen. Zo stellen Rabobank en ING budget beschikbaar waarmee medewerkers bijvoorbeeld een beeldscherm of bureau voor hun thuiswerkplek kunnen aanschaffen. Daarmee blijft thuiswerken, ondanks de toenemende aandacht voor kantoorbezoek, onderdeel van het arbeidsvoorwaardenbeleid.
Jonge medewerkers zoeken vaker het kantoor op
Opvallend is dat verschillende werkgevers aangeven dat juist jongere en nieuwe medewerkers behoefte hebben aan fysieke aanwezigheid op kantoor. Achmea ziet dat jonge medewerkers het prettig vinden om collega's persoonlijk te ontmoeten, terwijl EY aangeeft dat jongere medewerkers de kantoor- of klantwerkplek beschouwen als een belangrijke omgeving om te leren en zich te ontwikkelen.
Ook KPMG herkent dit beeld. Volgens de organisatie speelden jonge medewerkers een belangrijke rol bij de terugkeer naar kantoor na de coronapandemie.
De rondgang laat daarmee zien dat grote werkgevers zoeken naar een nieuwe balans tussen flexibiliteit en fysieke samenwerking. Hoewel thuiswerken bij veel organisaties een vast onderdeel van de werkweek blijft, wordt aanwezigheid op kantoor steeds nadrukkelijker verwacht. Of werkgevers daarvoor kiezen voor een formele verplichting of een duidelijke richtlijn, verschilt per organisatie.
Platform dat HR-professionals verbindt en actuele informatie brengt op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
