
Nederlandse werknemers zijn relatief tevreden over hun salaris en stellen hun beloning minder snel ter discussie dan werknemers in andere landen. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van Remote, uitgevoerd onder 6.200 kantoorwerkers in onder meer Nederland, de Verenigde Staten en diverse Europese landen.
Nederland koploper in salaristevredenheid
Gemiddeld is 73 procent van de respondenten in de onderzochte landen tevreden over het salaris. Nederland steekt daar met 81 procent duidelijk bovenuit. Daarmee is Nederland het land waar werknemers het meest tevreden zijn over hun beloning. Spanje vormt de andere kant van het spectrum: daar geeft 37 procent van de werknemers aan ontevreden te zijn over het salaris.
Ook bij stijgende inflatie en hogere woonlasten blijken Nederlanders relatief zeker van hun financiële positie. Ruim 24 procent geeft aan de huidige levensstandaard te kunnen handhaven als salarissen niet worden aangepast. In andere Europese landen verwachten werknemers eerder te moeten besparen op uitgaven zoals winkelen en reizen. In de Verenigde Staten vreest een groot deel zelfs achteruitgang in basisbehoeften.
Minder snel het gesprek aangaan over salaris
Hoewel Nederlanders tevreden zijn over hun salaris, vragen zij minder snel om een salarisverhoging. Van alle respondenten geeft gemiddeld 57 procent aan geen probleem te hebben met het aankaarten van een salarisverhoging. In Nederland ligt dat aandeel met 48 procent onder het gemiddelde. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten durft 70 procent dit gesprek aan te gaan, terwijl Duitsland met 42 procent het meest terughoudend is.
Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat vrouwen gemiddeld minder tevreden zijn over hun salaris dan mannen (69 procent tegenover 78 procent). Tegelijkertijd brengen zij het onderwerp minder vaak ter sprake: 49 procent van de vrouwen durft een salarisverhoging te vragen, tegenover 66 procent van de mannen.
Jongeren mondiger dan oudere werknemers
Leeftijd speelt eveneens een rol. Hoe jonger de werknemer, hoe makkelijker het salaris ter sprake wordt gebracht. Bij de groep van 25 tot 34 jaar geeft 68 procent aan hier geen moeite mee te hebben, terwijl dit bij werknemers van 55 jaar en ouder nog maar 45 procent is. Ook fulltimers blijken assertiever dan parttimers: 59 procent van de fulltime werkenden gaat het gesprek aan, tegenover 49 procent van de parttimers.
Blijft een salarisverhoging uit, dan verschilt per land hoe zwaar dat weegt bij de beslissing om elders te gaan werken. In de Verenigde Staten zou 64 procent bij uitblijvende loongroei op zoek gaan naar een andere baan. In Nederland ligt dat aandeel op 54 procent, net onder het internationale gemiddelde van 56 procent.
Verschillen in voorkeuren voor arbeidsvoorwaarden
Wanneer een salarisverhoging niet mogelijk is, kijken werknemers naar andere vormen van beloning. De voorkeuren hiervoor verschillen per land. In Duitsland, Spanje en Frankrijk gaat de voorkeur vooral uit naar financiële zekerheid op de lange termijn, zoals pensioenregelingen. Nederlandse werknemers hechten juist meer waarde aan een goede werk-privébalans, net als werknemers in het Verenigd Koninkrijk en Zweden. In de Verenigde Staten ligt de nadruk vaker op ondersteuning bij gezondheidszorg en kinderopvang.
Volgens Barbara Matthews, Chief People Officer bij Remote, onderstreepen de resultaten het belang van openheid over beloning: werkgevers doen er goed aan het gesprek over salaris en arbeidsvoorwaarden niet te vermijden, maar juist structureel en transparant te voeren. Dat draagt volgens haar bij aan vertrouwen, betrokkenheid en duurzame prestaties van medewerkers.
Platform dat HR-professionals verbindt en actuele informatie brengt op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

